M7.1 - Schuilkelder Rummerkampstraat Venlo


Eind jaren dertig werden door de gemeente Venlo schuilkelders gebouwd. Een lag er bij de Kleine Heide, een andere bij Manresa en een bij de Ko…

Eind jaren dertig werden door de gemeente Venlo schuilkelders gebouwd. Een lag er bij de Kleine Heide, een andere bij Manresa en een bij de Kousenfabriek aan de Rummerkampstraat in Genooi. De laatste schuilkelder stond bekend als De Bunker. De bewoners van Genooi en aanliggende straten, die zelf over geen schuilgelegenheid beschikten, hebben hier bange en vaak zelfs dramatische uren beleefd bij de vele granaatbeschietingen en bombardementen op de stad. De kelder was berekend op zevenhonderd mensen en daarmee de grootste van de drie. De schuilkelder wordt bezongen in een oorlogsliedje van de violist en vocalist Lei Frits, bijgenaamd De Golde. Het dialectliedje is geschreven op de melodie van ‘Sterrenhemel van Hawaii’.Het couplet over de schuilkelder in Genooi gaat als volgt:Het evacuatieliedje van de Golde was vlak na de oorlog een hit. Als Lei Frits met zijn trio speelde in een café werd het steevast aangevraagd en meegezongen door het publiek.In de jaren vijftig kocht Van der Grinten het perceel en zette bovenop de schuilkelder een bedrijfshal. Via een onopvallend deurtje aan de Rummerkampstraat, een steile hellingbaan en een zware, gepantserde toegangsdeur kom je er binnen. De schuilkelder ziet er nog altijd hetzelfde uit als toen. Met aan de muren lange banken. waar de mensen op zaten of onder lagen.

In de buurt

Kaartelementen overslaan